Wanneer op Aswoensdag de veertigdagentijd begint, betekent dat al eeuwen voor veel christenen het begin van ‘de grote vasten’. In deze periode bereiden mensen zich voor op het komende Paasfeest door ‘af te zien van…’ en ‘ruimte te maken voor…’.

Anno 2019 onthouden veel mensen die vasten zich van eten en drinken door bijvoorbeeld alcohol, vlees en/of snoep te mijden. Ook wordt van andere dingen afgezien: de vanzelfsprekendheid van uitvoerige conversaties aan tafel, roken, Netflix kijken, sociale media, soms ook seks. Door te vasten ontstaat ruimte voor God en de ander. In de eeuwen na de Reformatie nam het gebruik om te vasten onder protestanten af, maar sinds een paar decennia leeft juist onder hen het vasten weer op. Waar komt de hernieuwde belangstelling voor dit gebruik vandaan? En waarom zou je het doen als protestant, vasten?

Terugkeer van een eeuwenoude traditie

De hernieuwde aandacht voor vasten hangt samen met tenminste twee dingen: veranderingen in onze cultuur en veranderingen in onze kijk op wat geloof is in die cultuur. In onze samenleving is veel aandacht voor voedsel, onder andere in relatie tot onze gezondheid. In het streven naar ‘gezonde voeding’ en/of een gezond gewicht zijn diëten, vasten en kuren vandaag de dag geregelder praktijken dan in voorbije eeuwen. Het tijdelijk of permanent laten staan van (bepaalde soorten) voedingsproducten is voor veel mensen niets nieuws. Dat kan ook het vasten om religieuze redenen ‘gewoner’ maken.

Als het gaat om onze kijk op geloof dan is er sinds enkele decennia in de liturgiewetenschap, en meer recent ook breder in de theologie, systematisch meer aandacht voor rituele praktijken. In een cultuur die sterk gericht is op ervaring, beleving en emotie, ontstaat (weer/meer) ruimte voor de opvatting dat christelijk geloof niet alleen of vooral een zaak is van het hoofd, maar (ook) een heel lichamelijk gebeuren.

Dat soort aandacht heeft ook altijd zijn uitwerking op de praktijken van mensen zelf en zo is er voor protestanten nieuwe ruimte ontstaan voor rituelen, het aanhaken bij oude tradities en het in grote vrijheid zelf modelleren daarvan. Daardoor is het frame “vasten-is-voor-katholieken” wat naar de achtergrond verdwenen en zien we in protestantse kringen een terugkeer van het vasten.

Uitstellen van de ontvangst van goede gaven

Eten is ‘een ding’ in de christelijke godsdienst. Onze omgang met voedsel en onze maaltijdgebruiken weerspiegelen hoe we als mensen omgaan met elkaar en met God. De Schriften staan vol verhalen van eetbaar en niet-eetbaar voedsel, van maaltijden die gedeeld worden, van gasten en gastgevers, van tafelrituelen en tafelgesprekken. Vaak willen die verhalen uitdrukken hoe God zelf in dat voedsel en die maaltijden op ons toe komt en bij ons wil zijn – de maaltijd van de Heer/het avondmaal is daarvan bij uitstek een voorbeeld. Afzien van eten en drinken, en in het verlengde daarvan ook van andere dingen die we als vanzelfsprekend beschouwen, is daarmee ook ‘een ding’. Maar wat is daar de zin van?

Voor een protestants perspectief op de zin van vasten neem ik mijn vertrekpunt bij Maarten Luther. In zijn Kleine Catechismus werpt hij een interessant licht op de maaltijd wanneer hij het volgende gebed voorstelt als onderdeel van de tafelzegen in huiselijke kring: “Heer God, hemelse Vader, zegen ons en deze uwe gaven die wij uit uw milde goedheid ontvangen. Door Jezus Christus, onze Heer. Amen.” Luther laat zien dat de gehele maaltijd een gave is die wij van God ontvangen.

“Uwe gaven” moeten we niet te smal opvatten. Het zijn de salade en de pan met pasta of de schaal met dampende aardappels die klaarstaan op de tafel. Maar ook vallen onder die gaven de inspanningen van de kok die de maaltijd heeft bereid en de arbeid op het veld en in de fabriek die eraan vooraf ging. En ook de verbondenheid met eventuele tafelgenoten en alle mensen die eten is een gave.

Anders gezegd: aan tafel wordt voedsel aan ons en worden wij aan elkaar gegeven als geschenk van de goede God die daarin zelf met ons wil zijn. Aardse goederen als gaven van God beschouwen is heel Bijbels. In dat spoor zijn genieten van een Netflix-serie, van de contacten en gedachtewisselingen die sociale media je bieden, van de intieme gemeenschap met een ander mens, ook goede gaven van God.

De valkuil is nu te denken dat de vastentijd geen gave is. Zoals eten een gave is, is niet-eten dat ook. Vasten is de herontdekking van (onder andere) eten als gave, als iets ‘niet-vanzelfsprekends’, door het ontvangen van die gave uit te stellen. Vasten is de gave van de voorbereiding op het feest van de opstanding, die wij in ontvangst nemen door ons – vanuit de vrijheid waarin God ons gesteld heeft – veertig dagen te onderwerpen aan het ‘afzien van…’.

Telkens wanneer in een vrij ogenblik je hand naar je smartphone neigt om je timeline te checken en je die handeling uitstelt, telkens wanneer je normaal gesproken bij de koffie de koektrommel zou openen maar die nu dichtlaat, breng je je de komst van dat grote feest te binnen. Door te vasten worden we onderdeel van de wereldwijde gemeenschap van mensen die door te vasten heel lichamelijk ruimte maken voor God in hun leven en zich bewust voorbereiden op het feest van God die zichzelf steeds opnieuw aan wil schenken.

Vasten én bidden

Vasten schept ruimte voor verlangen naar het grote feest. In de ruimte van dat verlangen kan gebed opkomen en tijd en aandacht voor de naaste. Verschillende Bijbelse verhalen vermelden al het samengaan van vasten en bidden. In dat spoor vieren veel kerken in de veertigdagentijd doordeweeks (want zondag is een feestdag, geen vastendag!) extra vespers of andere vormen van getijdengebed.

Dat bidden kan ook persoonlijk en op eenvoudige manieren vormgegeven worden: door het gebruik van veertigdagenscheurkalenders, apps, dagelijkse vastene-mails, meditatieve boekjes – er is allerlei materiaal in omloop dat in de vastentijd kan helpen de aandacht te richten op God en elkaar. Dat is uiterst behulpzaam (zolang je je er niet door laat overspoelen): het verlangen en de ruimte die door vasten ontstaat, wil worden gekoesterd als een gave van God zelf.

Dr. Mirella Klomp

Liturgiewetenschapper

Bron: Protestantse Kerk


Paulus zei: Ik maak mijn getuigenis zonder onderscheid aan iedereen bekend, namelijk dat Christus zou lijden en dat hij als eerste van de doden zou opstaan om aan alle volken het licht te verkondigen.

Hnd 26:1-23

Geef ruimhartig aan Kerkbalans!

Actie Kerkbalans 2019 is gestart.
Er gebeurt veel moois in de kerk. Waardevolle gesprekken, inspirerende diensten en uiteenlopende activiteiten. Lees verder >