COLUMN

Gert Jan de Bruin

Komende zondag is het weer het feest van Sint Maarten. Elk jaar, als het donker geworden is, zie ik kinderen in Westwijk lopen met hun lampion. En ik hoor één van de liederen die bij Maarten hoort:

‘Sint Maarten bisschop komt in alle landen.
Dat wij hier met lichtjes lopen is voor ons geen schande.
Hier woont vast een rijke vrouw of man, die ons wel wat geven kan.
Geef een appel of een peer, ik kom het hele jaar niet weer.’

Reken maar dat er heel wat appels en peren worden gegeven na het zingen van dat liedje. Iemand vertelde me laatst dat sommige kinderen die zuiver kunnen zingen, na een rondje door de wijk met een halve groentewinkel thuis komen. U merkt: dit is het begin van legendevorming. Ik deed tijdens die ontmoeting ook een duit in het zakje door mijn waarneming te delen dat sommige kinderen het boodschappenwagentje van hun oma of opa lenen om al het fruit en snoep (gesponsord door tandartsen trouwens) te kunnen vervoeren.

Ik weet niet of de kinderen op school veel over Maarten (of Martinus) te horen krijgen. Dat zou eigenlijk wel moeten. Een vader vertelde me vorig jaar dat hij, voordat hij met zijn kinderen in de benen kwam, gauw nog even op zijn telefoon had opgezocht wie die Maarten in vredesnaam mocht zijn. Een klein portret van hem, in grove streken.

Martinus leefde in de vierde eeuw, werd geboren in het huidige Hongarije, groeide op in Italië. Maarten is soldaat. Op een dag, midden in de winter ziet hij een bedelaar bij de stadspoort zitten. De bedelaar is gekleed in een paar oude vodden en vraagt de voorbijgangers om hulp. Wat moet die man het koud hebben, gaat er door Maarten heen. En voor hij er erg in heeft, springt hij van zijn paard en snijdt met zijn zwaard zijn militaire jas in twee stukken. ‘Hier, trek dit aan tegen de kou’, roept Maarten en gooit de halve jas naar de bedelaar.
Die nacht krijgt Maarten een rare droom. Hij ziet in zijn droom Jezus lopen, gekleed in de halve jas die hij aan de bedelaar gegeven had. Jezus zegt in die droom: Maarten heeft zijn eigen jas aan mij gegeven.

Na enige tijd laat Maarten zich dopen. Hij is geraakt door het verhaal over Jezus. Hij verlaat het leger en gaat mensen over Jezus vertellen. Hij trekt rond, samen met anderen. Uiteindelijk wordt hij als man van het volk tot bisschop gekozen van de stad Tours. Hij laat zich er op geen enkele manier op voorstaan. In zijn omgang met de mensen blijft hij wie hij als monnik was. Oud geworden sterft hij op 8 november 397. Drie dagen later wordt hij in zijn eigen stad Tours ten grave gedragen. En nog altijd is die elfde november zijn dag en wordt zijn verhaal verteld.

Is het niet wijs om bij heiligen stil te staan? Een heilige is geen brave Hendrik(a) maar een mens van vlees en bloed die door haar of zijn gang door het leven iets weerspiegelt van het beeld van Christus zoals dat oprijst uit het evangelie. Je wordt door een heilige aangespoord om te luisteren naar Jezus’ stem: volg mij.

In het nieuwe Liedboek kwam er een hymne over Maarten, een tekst van Wim Pendrecht (Lied 744). Huub Oosterhuis dichtte ooit over deze heilige (misschien spreekt u liever van geloofsgetuige als u in uw jeugd lelijke dingen over Rome hoorde en daar nog niet geheel van verlost bent):

Een leven ooit geleefd, een naam in ons geheugen
een mens om wat hij deed, ons heden nog nabij.
Die krijgsman hoog te paard voor één verkleumde vreemde
zijn mantel scheurde in twee – Sint Maarten luidt de naam.
Die toen het volk hem riep tot bisschop, vriend-en-vader,
als Jona is gevlucht – te zwaar woog hem het woord.
Die, door uw woord verlicht, vriend-vader aller mensen,
de wereldwaan weerstond – gezegend Gij om hem.

Gert Jan de Bruin, 9 november 2018


De Wijn van het Sint-Maartensfeest

De wijn van het Sint-Maartensfeest is een schilderij gemaakt door Pieter Bruegel de Oude en werd in 2010 bekend nadat de Spaanse privé-eigenaren het naar het Museo Nacional del Prado in Madrid hadden gebracht. Tijdens de restauratie van het schilderij, die in februari 2010 begon en waarbij onder meer de vernislaag werd verwijderd, ontdekte het museum in september dat jaar met behulp van röntgenstraling in de linkerbenedenhoek delen van Bruegels versleten handtekening.
Het doek, beschilderd met tempera, meet 148 × 270,5 cm en werd rond 1565, 1568 geschilderd.


Paulus zei: Herinner de woorden van de Heer Jezus, die gezegd heeft: ?Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.?

Hnd 20:17-38

Wilt u met ons kennismaken?
U bent van harte welkom.