COLUMN

Gerrit Oud

Wanneer u dit leest, bevind ik me in Rome als begeleider van een grote groep jongelui die de schoonheid van de eeuwige stad proberen te ontdekken. We komen uiteraard voor de sporen van de klassieke oudheid, voor de barok en de musea en voor la dolce vita. Maar als protestant kan ik het niet laten om niet slechts in de voetsporen van de apostelen maar ook in die van Maarten Luther de straten van Rome te doorkruisen. Als vertegenwoordiger van zijn Augstijner orde bracht de 28‑jarige Luther, toen nog een vrome katholieke monnik, rond 1511 een bezoek aan Rome, dat hij bij binnenkomst begroette als sacra Roma, heilig Rome. Een tweetal decennia later zou hij diezelfde stad betitelen als sedes diaboli, zetel van de duivel.

We starten onze tocht bij de Santa Maria del Popolo, de kerk die naast de poort staat waardoor Luther Rome binnenkwam, en die beheerd werd door het naastgelegen Augustijner klooster waar hij tijdens zijn verblijf logeerde. De meeste bezoekers van de kerk komen tegenwoordig voor de schilderijen van Caravaggio, getiteld ‘de kruisiging van Petrus’ en ‘de bekering van Paulus,’ of om de Chigikapel te zien die een rol speelt in Dan Brown’s Het Berninimysterie. Wandelend door de Via del Corso, de drukste winkelstraat van de stad, treffen we in een zijstraatje een fonteintje aan met het beeld van een man die een ton vasthoudt waar het water uitstroomt. Il Facchino, de sjouwer, leek zo sprekend op Luther, dat het de gewoonte werd het gezicht te bekogelen met steentjes.

Na het obligate bezoek aan de belangrijkste kerk van de Augustijner orde, de Sant’Agostino, waar de relieken worden bewaard van Augustinus’ moeder, is het tijd om de grafmonumenten te bekijken van de pausen Julius II en Leo X, wier pontificaat de periode omvatte dat Luther zich nog katholiek noemde. Met de wetenschap van nu denk ik dat Luther op zijn minst gegniffeld had om het beeld van Mozes met hoorntjes bij Julius’ grafmonument, dat berustte op een vertaalfout in de Vulgaat van Exodus 34. Minder vrolijk zou hij worden van het uitbundige barokke interieur van de Gesú, de kerk van de contrareformatie waar Ignatius van Loyola begraven ligt. Rechts van het altaar bevindt zich een beeldengroep met Fides, de vrouwelijke personificatie van het geloof, die Luther en Hus treft met haar bliksem, terwijl een engeltje hun boeken verscheurt.

De tocht eindigt vrolijk, en wel op het pleintje dat sinds enkele jaren de naam van Luther draagt, de Piazza Martin Lutero. Vijf eeuwen na diens bezoek aan de eeuwige stad heeft het het stadsbestuur behaagd een plein naar hem te vernoemen. Op de colle Oppio heb je een prachtig uitzicht over het Colosseum en sta je boven op wat eens de domus aurea, het gouden paleis van keizer Nero was. Het onderschrift van het straatnaambordje vermeldt: Teologo Tedesco della Riforma, Duits theoloog van de reformatie.

Gerrit Oud,  3 november 2017

Paulus zei: Herinner de woorden van de Heer Jezus, die gezegd heeft: ?Geven maakt gelukkiger dan ontvangen.?

Hnd 20:17-38

Beleidsplan 2019 – 2025

Met twee bijlagen:
bijlage 1. financiën, personeel en gebouwen
bijlage 2. verwerking van de opmerkingen van gemeenteleden op het concept beleidsplan
Lees verder >