MET HET OOG OP PALMZONDAG

Ds. Gert Jan de Bruin


Wie aan palmzondag denkt, denkt aan Jeruzalem, aan mensen die buiten zichzelf zijn en met takken van bomen zwaaien, aan een ezeltje.
Betrap je jezelf wel eens op de gedachte om die ezel te willen spelen? Lees dan onderstaande tekst voor aan een ander of aan jezelf. Je hoeft trouwens niet om de andere zin te balken.

De ezel vertelt
Stond ik laatst heel rustig wat hooi te eten, namen opeens twee mannen me mee. Geen idee waar we naar toe gingen. Rustig maar, zeiden ze steeds tegen mij, niet zo trekken. Ik werd ergens aan vastgebonden en moest toen wachten. Ze zeiden: ezeltje, er wacht jou een eervolle opdracht. Na een tijdje kwamen ze terug, niet alleen die twee, ze waren nu met veel meer, wel een stuk of twaalf en één van die mannen ging op me zitten.

Als er iemand op me zit, kan ik niet goed zien wie op mijn rug zit. Wel jammer. Ik kan hoogstens links en rechts van m’n buik twee voeten zien. Die man op mijn rug droeg in ieder geval geen Romeinse lakschoenen, het waren simpele slippers.

Wij gingen Jeruzalem in. Er kwam een vrouw aan. Toen ze ons zag, zette ze een keel op. Ze riep met overslaande stem: Joehoe, joehoe, daar is hij, hij is het zelf. Ik begreep niet wat ze bedoelde. Vlakbij de poort stond een man. Het is hem, riep hij. Binnen de kortste keren was er een hele menigte op de been. Overal kwamen ze vandaan, uit de zijstraten, uit de nauwe steegjes, van de markt. De mensen waren allemaal door het dolle heen; ze stonden te springen en te zingen: Gezegend hij die komt als koning, gezegend hij die komt.

Ik weet nog dat ik dacht: mensen, doe toch een beetje gewoon. Anders hadden ze maar een paard moeten nemen, in plaats van mij, een simpele ezel. Zou die man op m’n rug ook van gewoon doen houden? Tot overmaat van ramp trokken mensen hun jassen uit, pakten hun sjaals en hun omslagdoeken. Die legden ze zomaar op straat. Het werd een soort ‘rode loper’. Ik wilde er niet op lopen maar waar vond ik een meter, anderhalve meter?. Er was geen ruimte, ik moest gewoon met mijn vuile poten over hun jassen heen. Ik schaamde me  een beetje. De mensen deden ondertussen steeds gekker. Sommigen plukten takken van de bomen en begonnen daarmee te zwaaien. Het had wel iets van het carnaval van Poeriem.

Toen kwamen we bij de tempel. Boven op de trappen zag ik een paar priesters staan. Je had ze moeten zien kijken. Alsof ze door een wesp waren gestoken. Wat een zuinige, zure gezichten. Blijkbaar vonden de priesters het niet goed dat de mensen zo blij en uitgelaten waren door die man op mijn rug. Hij moest ze zien te kalmeren, vroegen ze hem. Ik trok me van de priesters niks aan. Ik maakte een vreugdesprong. Ik danste op mijn manier een beetje met de mensen mee, die man viel bijna van mijn rug af. Iedereen lachen… gek dier dat je bent, zei een man en trok plagend aan één van mijn ezelsoren.

Wat ik je nu vertel, is een paar dagen geleden gebeurd. Een dag om nooit meer te vergeten. Steeds gaat door me heen: wie toch was die man op mijn rug? Ik kom maar niet van hem los. Ik merk dat er regen op komst is. Op het aangrenzende veldje staat de buurezel al een tijd wat klagelijk te balken. Verderop blaft een hond. En nu hoor ik een haan kraaien. Niet één keer, wel drie keer…

In de kantlijn van het evangelie van deze zondag: Matteüs 21: 1-11


Giotto ca. 1267 – 1337

Intocht in Jeruzalem

fresco (200 × 185 cm) — 1304-06
Cappella degli Scrovegni (Arenakapel), Padua

Dit werk is gekoppeld aan Marcus 11:7

Een fresco van Giotto uit de serie over het leven van Jezus in de Arenakapel te Padua.
Gezeten op een ezel rijdt Jezus Jeruzalem binnen. Mensen begroeten hem door kleren op zijn pad te leggen en met palmtakken te zwaaien.
Oorspronkelijk was het hele kleed van Jezus blauw. Het dure ultramarijn dat Giotto gebruikte, werd pas na het drogen van het fresco aangebracht, om de kleur beter uit te laten komen. Dat werkte, maar daardoor laat het blauw wel eerder los dan de andere kleuren.


Jezus zegt: Iedereen die alles heeft achtergelaten omwille van mij en het evangelie, zal in deze tijd het honderdvoudige ontvangen, gepaard met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.

Mc 10:17-30

Beleidsplan 2019 – 2025

Met twee bijlagen:
bijlage 1. financiën, personeel en gebouwen
bijlage 2. verwerking van de opmerkingen van gemeenteleden op het concept beleidsplan
Lees verder >