Ik heb eens gepreekt over de vraag van de discipelen van Johannes de Doper over het vasten: zij vasten namelijk wel en de discipelen van Jezus doen het niet. Hoe zit dat? En dan zegt Jezus dat Zijn discipelen het niet doen omdat de Bruidegom er is. Ik heb toen in die preek uitgelegd wat dat antwoord betekent. En na afloop van de dienst heb ik de vraag voorgelegd of een christen vandaag ook nog moet vasten. Op zo’n moment word je verplicht erover na te denken: moet een christen vandaag nog vasten?

Het antwoord is eigenlijk heel eenvoudig: nee, een christen hoeft niet te vasten. In de Bijbel staat nergens een opdracht tot vasten of een verplichting daartoe. Dat sommige christenen toch vasten, is prima. Dat andere christenen niet vasten, is ook prima.
Ik geef dit antwoord op grond van Romeinen 14. Daar lezen we dat sommige christenen in die tijd van mening zijn dat je alles mag eten, terwijl andere christenen zeggen dat je alleen plantaardig voedsel mag eten. Paulus vindt het beide prima, zolang je elkaar maar niet veroordeelt om wat je eet. En zo is het ook met vasten. Als je regelmatig vast, best, je doet goed; als je het nalaat, ook goed. Daarmee is dus de vraag beantwoord: een christen behoeft niet te vasten, maar … het mag wel.

Toch is er meer over te zeggen. Het is namelijk opvallend dat het vasten in de Bijbel een bepaalde ontwikkeling doormaakt. In het Oude Testament (OT) wordt anders over vasten gesproken en gebeurt het op een andere manier dan in het Nieuwe Testament (NT). Vergelijk het maar met de ontwikkeling van de sabbat (zoals die in het OT gold) naar de zondag (zoals de NT-gemeente die kent), of met die van de besnijdenis (in het OT) naar de doop in het NT. Maar zo zijn er nog meer veranderingen. Denk aan de doodstraf op overspel in het OT, naar de vrijspraak door Jezus van de overspelige vrouw in het NT. Ook zie je die ontwikkeling bij wat men eten mag. In het OT mochten de joden alleen maar reine dieren eten, maar in het NT mogen we alles eten, mits we God er maar voor kunnen danken.
De komst van Jezus heeft dus veel veranderingen teweeg gebracht, en dat geldt ook voor het vasten. Ik zal dit toelichten.

Hoe werd er in het Oude Testament gevast? En wanneer deed men dat?

Eén van de meest bekende voorbeelden van vasten is de stad Nineve. De profeet Jona trekt de stad rond en preekt aanhoudend dezelfde boodschap: ‘Nog veertig dagen, en dan zal God de stad omkeren.’ Een heftige preek! Alle inwoners van Nineve, inclusief de koning, geloven die boodschap. Ze weten dat ze grote zondaren zijn en dat ze terecht een zware straf verdienen. ’Maar,’ zegt de koning, ‘laten we ons bekeren, laten we berouw tonen door te vasten, want wie weet kunnen we God bewegen deze straf niet uit te voeren.’ En dat doen ze. Ze bekeren zich, ze proberen het verkeerde na te laten, en ze vasten. Ze eten niet, ze drinken niet, ze dragen zelfs gescheurde kleren, doen stof op hun hoofd, en zelfs de dieren lijden mee. En dat alles met één doel: ‘Wie weet zou God Zich bedenken.’

Wat valt op? Zodra mensen in het OT gingen vasten, stopten ze niet alleen met eten, maar trokken ze ook sombere kleding aan. Soms scheurden ze hun kleding en deden ze stof op hun hoofd als teken van diep berouw. En tijdens het vasten droegen ze geen armbanden of andere sieraden. Alles was even sober, en daardoor ook opvallend zichtbaar. Soms – zoals in Nineve – stopten ze niet alleen met eten, maar ook met drinken. Dan werd vasten bijna een vorm van zelfkwelling.

Waarom vastten de mensen in het Oude Testament op deze manier? Om duidelijk te maken dat ze echt berouw hadden over hun zonden. Ze lieten door de gescheurde kleding en door het stof op hun hoofd zien: ik heb het verknoeid, ik verdien geen zegeningen zoals lekker eten, mooie kleding, een warm huis, en dergelijke. Ik verdien het oordeel. Dus door zo te vasten, toonde men berouw en vroeg men om vergeving.

Nu begrijpen we ook dat er maar één verplichte vastendag in Israël bestond: de Grote Verzoendag. Dan moest het hele volk vasten en zich voorbereiden op het allergrootste moment dat de hogepriester het heiligdom binnenging, om God om vergeving te vragen.

Als ik het samenvat, is vasten in het Oude Testament een zichtbaar gebed om vergeving en genade. Alsof ze vastend bidden: ‘Gedenk niet meer aan het kwaad dat wij bedreven …’. Of ‘wees ons genadig.’

Vasten op nieuwtestamentische wijze

Nu ga ik naar het Nieuwe Testament. Dat is de tijd dat Jezus naar deze aarde is gekomen om te lijden en te sterven. Dat is de tijd waarin God het meest duidelijk laat zien dat Hij onze zonden wil vergeven en dat Hij ons genadig wil zijn.
Kunnen we dan nog vasten, zoals in het Oude Testament, en bidden: ‘Wees ons genadig?’ Eigenlijk niet. Althans, niet meer op de manier van het OT. Want ‘Hij heeft gedacht aan Zijn genade’. Gods eigen Zoon heeft alle zonden gedragen en daarom hoeven wij niet meer te vasten. We mogen God danken voor Zijn grote liefde. Hij wil niet dat zondaren verloren gaan.
Daardoor krijgt het vasten in het NT een ander karakter. Vasten mag niet meer openlijk en zichtbaar. Jezus zegt: ‘Doe het in de binnenskamers’. Vasten krijgt vormt binnen de verborgen omgang met God.

Soms wordt er in het NT toch gevast. Niet met als doel om te bidden om Gods genade. Want – nogmaals – Hij heeft gedacht aan Zijn genade. Nee, met als doen om jezelf beter op God te concentreren. Wat wil God dat ik doe? Welke keus moet ik maken? Door te vasten probeerde men beter te luisteren naar Gods stem.
Denk bijvoorbeeld aan Paulus. Hij vast op het moment dat hij aan de zendingsreizen begint. Hij wil weten welke weg God hem gaat wijzen. Paulus weet niet precies hoe hij de zendingsreis moet beginnen, en daarom vraagt hij God om meer duidelijkheid. Hij bidt en vast, samen met de gemeente, om beter de wil van God te verstaan in deze concrete situatie.
Dat blijkt ook uit de vorm. Hij maakt geen scheuren in zijn kleding, hij doet geen as of stof op zijn hoofd (zoals sommigen deden in het Oude Testament). Voor buitenstaanders valt het nauwelijks op dat Paulus aan het vasten is. Maar ondertussen probeert hij – door te vasten en te bidden – duidelijk te krijgen wat God van hem wil.

Zo kan vasten vandaag dus ook. Je staat bijvoorbeeld voor een moeilijke keus op je werk of studie, en je weet niet goed wat de wil van God is. Je bent bijvoorbeeld gekozen tot ambtsdrager, maar je vindt jezelf daar niet geschikt voor, en je weet niet wat je moet doen. Dan kun je God bidden om meer duidelijkheid. En die krijg je ook. Maar dit gebed kun je ook ondersteunen door te vasten. Dan kun je jezelf beter concentreren op je gebed en probeer je op te merken wat God tegen je zegt.
Maar kijk wel uit: vasten is geen middel om God te overtuigen, alsof alleen bidden niet voldoende is. Dat gevaar is namelijk aanwezig. Want wanneer je vast, voel je jezelf al snel een betere christen, dan al die andere christenen die niet vasten. Alsof God wel naar mijn gebed zou moeten luisteren?
Nee, zo werkt God niet. Hij schenkt alles uit louter genade, omwille van het werk van Zijn eigen Zoon, Jezus Christus.

Dus moet een christen vandaag nog vasten? Nee, dat hoeft niet, maar het mag. En als je het doet, doe het op een nieuwtestamentische wijze.

Dr. Alfred Teeuw
Arts en theoloog

Bron: Protestantse Kerk


Jezus zegt: De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.

Lc 10:1-9

Geef ruimhartig aan Kerkbalans!

Actie Kerkbalans 2019 is gestart.
Er gebeurt veel moois in de kerk. Waardevolle gesprekken, inspirerende diensten en uiteenlopende activiteiten. Lees verder >