COLUMN

Mirjam Buitenwerf

Afgelopen week reed ik op een avond naar Friesland. Het was al donker toen ik vertrok. En steeds weer als ik Lelystad voorbij ben, merk ik: daar heerst een duisternis waaraan mijn Amstelveense ogen maar moeilijk kunnen wennen. De snelwegen zijn voor het grootste deel niet verlicht; je moet afgaan op de rode lampjes van je voorligger.

Die duisternis heeft twee kanten. Ik voel me wat onwennig, en vind het een beetje spannend om auto te rijden in zo’n zwarte omgeving. Maar aan de andere kant ademt het ook een bepaalde rust en schoonheid. En ik realiseer me dat het voor flora en fauna, en eigenlijk ook voor mensen, veel beter is als het donker echt donker kan zijn. Er is niet voor niets ieder jaar een ‘Nacht van de nacht’.

De moderne mens is niet meer gewend aan echte duisternis. Voor ons is het gewoon om het donker licht te maken. Zodra het donker wordt, doen we een lamp aan, en kunnen we dus leven alsof het nog dag is. Als we willen kunnen we 24 uur bezig zijn. Een natuurlijk moment om uit te rusten, namelijk als het donker is, bestaat eigenlijk niet meer voor ons.

Zijn we door al dat kunstlicht niet meer gewend om te leven in duisternis? Letterlijk, maar misschien ook wel figuurlijk? Ervaren wij het contrast tussen licht en donker nog wel op zo’n manier dat we kunnen leven met de duisternis, dat we de duisternis kunnen accepteren? Of moet het altijd licht zijn in ons leven?

In de Bijbel kom je vaak het contrast tussen donker en licht tegen. Duisternis wordt in de Bijbel vaak gerelateerd aan ellende en verdriet. Denk maar aan Psalm 23:4: ‘Al gaat mijn weg door een donker dal, ik vrees geen gevaar, want u bent bij mij, uw stok en uw staf, zij geven mij moed.’ En het licht wordt verbonden met de aanwezigheid van God, die in die duisternis moed en kracht kan geven. Dat lees je bijv. in Micha: 7:8 ‘Jij die me haat, maak je niet vrolijk over mij. Al ben ik gevallen, ik sta op, al is het donker om mij heen, de HEER is mijn licht.´

De Bijbelse contrasten tussen licht en donker zijn heel concreet en beeldend. Ze vertellen over op weg zijn in het donker, over vallen doordat je het niet goed ziet, over de weg kwijt zijn, over de angst die je kan overvallen in het donker. En ze doen ons ook realiseren dat God ons licht in het donker wil zijn, dat we mogen vertrouwen op zijn goedheid.

Misschien is het voor ons moeilijker om op God te vertrouwen omdat we gewend zijn dat we altijd zelf het licht nog aan kunnen zetten. We leven niet meer letterlijk in de duisternis, en jagen het weg uit ons bestaan, met als gevolg dat we de duisternis maar moeilijk kunnen accepteren. Maar de Bijbel leert ons dat Gods licht altijd bij ons zal zijn, hoe donker het ook wordt om ons heen.

Mirjam Buitenwerf, 9 februari 2018

Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven.

Spr 4:23

Beleidsplan 2019 – 2025

Met twee bijlagen:
bijlage 1. financiën, personeel en gebouwen
bijlage 2. verwerking van de opmerkingen van gemeenteleden op het concept beleidsplan
Lees verder >