MET HET OOG OP PAASZONDAG

Ds. Gert Jan de Bruin


Monoloog Maria

Na lang wakker liggen was ik vannacht toch nog even in slaap gevallen. Volkomen uitgeput. Steeds opnieuw kreeg ik beelden voor ogen. Dan zag ik het kruis, zijn dode lichaam, de grote steen voor dat rotsgraf. Steeds gaat er door mij heen hoe het toch mogelijk is, dat ze mijn Meester hebben vermoord. Toen ik jong was, zei mijn moeder vaak tegen mij: ‘Maria, wie goed doet, goed ontmoet.’ Maar dat is een leugen. Moet je eens zien, wat er met Jezus is gebeurd.

We gingen in de nanacht naar het graf. Onderweg werd het langzaam licht. Maar van mij hoefde dat niet, het mocht eigenlijk wel donker blijven. Laat het maar gaan regenen ging er door mij heen, dat sloot beter aan bij mijn gevoel. Dan zou niemand mijn tranen zien.

Er was al een begin van leven op dat vroege uur. Hier en daar iemand die voor z’n winkel wat bezig was. We passeerden een herder met een kudde geiten. Er werden voorbij de grote poort ezels geladen waren om naar de markt te gaan.

Vreselijk om met eigen ogen te zien dat het leven gewoon verder gaat. Alsof er niks gebeurd is. Alsof onze goede Meester niet gestorven was. Ik wilde het wel uitschreeuwen onderweg: weten jullie dan niet wat er gebeurd is? Wereld sta stil, zon sta stil. Vogels, hou op met fluiten. Mijn naamgenote greep mijn hand, ik werd iets rustiger.

We konden het graf niet vinden. Waar was de steen, die voor het graf was gerold? We keken elkaar aan, we waren toch op de goede plaats? Terwijl wij recht het graf in keken, klonken er woorden. Ik sloot mijn oren. Als een open wond gaapte de leegte van het graf me aan. Maria greep mij bij mijn schouders. Het was alsof de grond onder onze voeten werd weggeslagen.

Weer was er die stem, nu zag ik dat er iemand terzijde zat, op een grote steen. Hij zei iets over onze angst. Hoe begrijpelijk onze angst was. Maar dat we niet hoefden te wanhopen. Wie we zochten, was niet hier. Niet in het graf. Hij is opgestaan.

We keerden om, met onzekere passen. We hielden elkaar stevig vast. Ik bleef maar horen wat die onbekende bij het graf tegen ons zei, het galmde na in mijn oren: ‘De gekruisigde die jullie zoeken is opgestaan.’ Het is een te vreemd bericht voor ons. Opgestaan – wat mag dat in hemelsnaam betekenen? Met dat bericht werden we naar de anderen gestuurd. ‘Ga het ze zeggen.’

Zo lopen we nu weer de stad in. Het is al wat drukker dan op de heenweg. Ik hoor  vogels fluiten. Ik heb geen woorden voor wat ik voel. Mijn hart klopt in mijn keel. En steeds maar dat ene woord dat rondtolt in mijn hoofd: Opgestaan, hij is opgestaan.

In de kantlijn van Matteüs 28: 1-8



Jan van Scorel 1495 – 1562

Maria Magdalena

olieverf op paneel (67 × 76 cm) — ca. 1530
Rijksmuseum, Amsterdam

Dit werk is gekoppeld aan Lukas 8:2

Jan van Scorel was net terug van een reis naar Italië toen hij dit werk schilderde. Italiaanse invloeden zijn zichtbaar in het landschap en in de figuur van Maria Magdalena, die op een Venetiaanse courtisane lijkt.
De boom die op een verrotte stam groeit, symboliseert nieuw leven na een slecht begin: Maria Magdalena had zich na een zondig leven bekeerd tot aanhanger van Jezus.
In de achtergrond, voor de overhangende rots, wordt Maria ten hemel gevoerd. Het landschap doet Zuid-Frans aan; volgens de overlevering leefde Maria daar na haar vertrek uit Jeruzalem.
De bovenste plank van dit paneel, met de lucht en enkele takken van de boom, werd pas later toegevoegd, in de tweede helft van de 16e eeuw. Dat deel is niet door Van Scorel geschilderd.


Paulus schreef: Geprezen zij God die ons in al onze ellende moed geeft, zodat wij door de troost die wijzelf van God ontvangen, anderen in al hun ellende moed kunnen geven.

2 Kor 1:3-7

Beleidsplan 2019 – 2025

Met twee bijlagen:
bijlage 1. financiën, personeel en gebouwen
bijlage 2. verwerking van de opmerkingen van gemeenteleden op het concept beleidsplan
Lees verder >