OVERPEINZING

ds. Sieb Lanser

Een collega van mij vraagt aan de kinderen, voordat zij naar de kindernevendienst gaan: wat zijn heiligen? Het antwoord van een jongetje is verrassend: dat zijn mensen waar licht doorheen schijnt. Zijn kerk heeft namelijk prachtige glas-in-loodramen, waarop heiligen staan afgebeeld; op zonnige dagen schijnt het licht daar mooi doorheen.

Ik vind het een mooie omschrijving. We kennen allemaal wel voorbeelden van mensen in wie iets oplicht van Gods goedheid. Mensen uit het grote wereldgebeuren of de kerkgeschiedenis, maar ook mensen uit onze directe omgeving: een lieve en wijze moeder, een fantastische leraar. Mensen aan wie je veel te danken hebt en van wie je zegt: zo wil ik het ook!

Allerheiligen

Binnenkort gedenken we weer onze overleden gemeenteleden, hetzij rond Allerheiligen, zoals in de Pelgrimskerk, hetzij op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, de zondag van de Voleinding, zoals in de Paaskerk en de Kruiskerk. Wellicht zingen we ook liederen als ‘Voor alle heiligen in de heerlijkheid’ (lied 727) of ‘De heiligen, ons voorgegaan’ (lied 728). De vroege kerk herdacht vooral de martelaren, de (bloed)getuigen die vanwege hun geloof waren vervolgd en vermoord. Al in het Bijbelboek Openbaring lezen we: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan? … Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren wit gewassen met het bloed van het lam’ (7: 13 en 14). Er is verbondenheid tussen de strijdende kerk hier op aarde en de triomferende kerk in de hemel. Het feest van Allerheiligen gaat terug tot de vierde eeuw, zij het toen op een ander tijdstip. In de negende eeuw koos de Westerse kerk voor 1 november. Op de lange weg naar de voleinding en de komst van de Heer bemoedigen de getuigen ons om vol te houden. Later is aan het feest van Allerheiligen de gedenkdag Allerzielen toegevoegd, om ook de eigen doden te gedenken. Zij behoren immers ook tot de geloofsgetuigen.

Met heiligenverering en heiligverklaringen heb ik niets; daar ben ik, denk ik, te protestant voor. Maar de Reformatie heeft wel het kind met het badwater weggegooid. Het gedenken van ‘de heiligen, ons voorgegaan’ is volop Bijbels. Ook in onze eigen donkere tijd hebben we mensen nodig waar licht doorheen schijnt. Mensen die laten zien wat het volgen van Jezus betekent, die ons inspireren op de weg die wij hebben te gaan.

Gemeenschap der heiligen

Niet alleen zij die ons zijn voorgegaan, worden heiligen genoemd, maar wij ook. Dat is even schrikken. Ook dit is heel Bijbels. Paulus begint zijn brieven bijvoorbeeld met: aan de heiligen in Efeze of Filippi. In de Apostolische geloofsbelijdenis belijden we: ik geloof de heilige katholieke (een heilige, algemene christelijke) kerk, de gemeenschap der heiligen.

We schrikken wellicht, omdat we geen kleurloze, kwezelige heilige boontjes willen zijn. Soms leidt de omschrijving ook tot schampere reacties: gemeenschap der schijnheiligen zul je bedoelen. Het is een misverstand te denken dat heiligen volmaakte mensen zonder lek of gebrek zijn. Er mag dan misschien licht doorheen schijnen, maar soms belemmert een donkere wolk het zicht. Om het meteen maar duidelijk te stellen: heiligen zijn grote zondaars. Maar gerechtvaardigde zondaars. Mensen die bij Christus willen horen en die Gods liefde en genade aanvaarden. Die niet krampachtig zichzelf willen waarmaken, maar leven vanuit het geaccepteerd zijn door God. In de gemeenschap der heiligen aanvaarden we elkaar, omdat God ons aanvaardt. Dat dat soms niet gemakkelijk is, wist Paulus ook al; hij schreef zijn brieven, omdat gelovigen elkaar bij tijd en wijle de tent uitvochten.

Wij hoeven dus niet door onze daden, door overvloedige goede werken, heiligheid te verwerven, sterker nog: dat kunnen we niet, dat zou een onheilig streven zijn. Het is een geschenk van Godswege. God laat het licht van zijn liefde en genade op ons schijnen. Wij hoeven slechts in de lichtkring te gaan staan.

Toch is dat nog maar het halve verhaal. In de Bijbel en zeker in de brieven van Paulus horen gave en opgave, belofte en gebod, nauw bij elkaar, maar wel in de goede volgorde. We zijn heiligen, nu moeten we het ook nog worden. Anders gezegd: als we heilig genoemd worden, mag van ons ook worden verwacht dat we heilig proberen te léven. Dat het licht van Gods liefde en genade door ons heen schijnt in onze levensstijl. Paulus kan daarom de ene keer zeggen dat christenen heilig zijn en de andere keer dat ze geroepen zijn om heilig te zijn. Beide uitdrukkingen zijn waar, maar de theologische volgorde is belangrijk. Voorop staat dat we voor God al heilig zijn; op grond daarvan worden we geroepen ook heilig te leven. Gods belofte is het fundament van zijn gebod, niet omgekeerd.

ds. Sieb Lanser

Bron: Present, jaargang 7 nummer 8


Jezus zegt: De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven om velen te redden.

Mc 10:35-45

Wilt u met ons kennismaken?
U bent van harte welkom.