COLUMN

Wilma Beukhof

Onze middelste dochter kwam begin december een paar dagen thuis vanwege verjaardagen, en haar vriend kwam mee. We hadden hem nog niet gezien, dus dat was voor beide kanten even wennen. In ons gezin kun je in het taalgebruik bij enkelen duidelijk Noord-Hollandse, om niet te zeggen Amsterdamse, invloeden horen. Vriendlief moest daar erg om lachen. Het grappige is echter dat hij zelf een nog veel sterker accent heeft vanuit de oostkant van ons land, alleen merkt hij dat zelf niet.

Dat doet me denken aan de reclame die jaren geleden op tv was voor Sonnema Berenburg. Een paar ‘stoere’, waarschijnlijk westerse jongens willen ergens in Friesland eens proberen of ze al op het ijs kunnen. Ze vragen aan een langskomende boer of het kan. Hij steekt een heel verhaal in het Fries af, waar ze niets van begrijpen, behalve de laatste paar woorden: “It ken net!” Mooi, het kan, denken ze. Ze stappen op het ijs en zakken er prompt doorheen. Hè, het kon toch net? Nee, in Friesland dus net niet…

Op zo’n moment merk je dat je zo snel van je eigen referentiekader uitgaat als het om taal gaat. Wat ik grof taalgebruik vind, hoort voor een ander tot zijn normale woordenschat. Als iemand iets niet door zijn strot krijgt, mag het van mij wel wat minder, terwijl die ander iets dus alleen maar vies vindt. Maar ook andersom, woorden die ik normaal vind en voor een ander overdreven zijn. Dat luistert soms heel nauw. In mijn middelbareschooltijd ben ik eens halverwege het schooljaar teruggeplaatst van VWO naar HAVO omdat ik het niet kon bolwerken. Kort daarna vroeg ik in de klas of ik naar het toilet mocht. Dat was voor mijn nieuwe klasgenoten echt te deftig: zij gingen altijd naar de wc…

Ach, deze dingen zijn achteraf bezien wel grappig. Het wordt vervelender als het om belangrijker zaken gaat. Er gaat niet voor niets geregeld de roep op om Jip-en-Janneketaal. Deze term werd voor het eerst gebruikt door VVD-partijvoorzitter Bas Eenhoorn in 2002, als omschrijving van begrijpelijke taal in de politiek. Tegenwoordig wordt het breder bedoeld als begrijpelijke taal door volwassenen. Overigens wordt het ook wel eens negatief bedoeld, wanneer teksten als betuttelend worden ervaren.

Dan hebben we in de kerk toch wel een probleem. Veel delen van de Bijbel zijn prima te begrijpen, vooral de historische delen. Die staan dan ook altijd in de kinderbijbels, soms zelfs in Jip-en-Janneketaal. Maar er zijn ook veel gedeelten die moeilijk te begrijpen zijn. In onze gemeente wordt de Herziene Statenvertaling gebruikt. Die is al een stuk gemakkelijker te lezen dan de Statenvertaling. Maar zelfs dan zijn er nog veel delen die lastig blijven. Natuurlijk zijn er andere, soms parafraserende, vertalingen, waardoor de woorden wel gemakkelijker te begrijpen zijn. Het probleem zit echter vaak in de inhoud van de tekst. Een woord als ‘gerechtigheid’ bijvoorbeeld. Het wordt in kerk en maatschappij gebruikt, maar heeft daarin een heel verschillende betekenis. In de maatschappij heeft het enkel met de rechten van de mens te maken. In de kerk is dat aspect er ook, maar dan vooral in verhouding tot het recht van God.

Daarom bidden we in de kerk voor de Schriftlezing ook om de verlichting met de Heilige Geest… Voor Jip of Janneke: Voordat we in de kerk in de Bijbel gaan lezen, bidden we of God ons door middel van de Heilige Geest duidelijk wil maken wat Hij bedoelt met wat er in dat Bijbelgedeelte staat. Daar gaat het om, hoe je het ook uitdrukt: dat je bereid bent om te luisteren naar wat God in Zijn Woord tegen je zegt. Of je nu Jip, Janneke, Henk of Ingrid heet.

Wilma Beukhof, 8 februari 2019


Jezus zegt: De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.

Lc 10:1-9

Geef ruimhartig aan Kerkbalans!

Actie Kerkbalans 2019 is gestart.
Er gebeurt veel moois in de kerk. Waardevolle gesprekken, inspirerende diensten en uiteenlopende activiteiten. Lees verder >