Han Jongeneel

COLUMN


Bij de post die ik uit ons postkastje haal zit een dikke envelop van een hulporganisatie die ik niet ken, laat staan dat ik hen steun. Mijn adres lijkt zich als een virus te verspreiden. Hoe komt deze hulporganisatie nu weer aan mijn adres?
Er zitten twee vensters in de envelop: een voor het adres en een langgerekt smal venster waardoor een pen zichtbaar is met mijn naam er op. Dat maakt die envelop dus zo dik: die pen met mijn naam er op. Het is een rode pen, met witte letters: Han Jongeneel.

Nu wil ik niet nog een hulporganisatie gaan steunen. Want elke organisatie heeft een regelmatig verschijnend tijdschrift om verslag te doen van de nood in de wereld en het goede werk van de organisatie. Maar ook krijg je uitnodigingen voor de jaarlijkse landelijke dag. En als er iets ergs gebeurt op het gebied waarop de hulporganisatie hulp biedt, krijg je een brief met grote rode letters “NOODOPROEP” om je te vragen om een extra gift. En als je een bedrag van enige omgang geeft, krijg je een bedankbrief. En op een dag krijg je dan ook nog een telefoontje waarin je heel hartelijk wordt bedankt omdat je het zo belangrijke werk steunt. Vervolgens wordt de voorgeschreven tekst opgelepeld over hoe hoog de nood is en hoe heilzaam het werk van deze organisatie. Dat mondt uit in de vraag of je je bijdrage wilt verhogen. Kortom: denk niet dat je er bent door wat te geven. Wie wil geven moet heel wat ontvangen. Om niet te zeggen: incasseren. En hoe meer organisaties je steunt, hoe meer organisaties kosten gaan maken voor ‘relatie management’. Dat geld wordt niet aan hulp besteed maar aan de helper.

Maar dan die pen. Daar heeft deze hulporganisatie wel een gevoelig punt te pakken. Ik houd van pennen en ik ben ze altijd kwijt. Dus een pen met mijn naam er op is een schot in de roos.  Als ik de envelop openmaak is hij van mij. Ik ben als Adam die de vrucht aangereikt krijgt. Zal ik eten? Maar als ik dat doe, dan hebben ze me te pakken. Dan komt automatisch het schuldgevoel: voor wat hoort wat. Als ik die pen aanneem moet ik wel iets terugdoen. Tenminste lezen wat er in hun brief staat. En misschien zal me dat zo raken dat ik wat wil geven. En in die brief zullen ze wel een slimme link leggen met de pen. Zal deze pen leiden tot een betere wereld of is het een al te doorzichtige marketingtruc?

Er gaat een kruis door het adres en ik schrijf “Retour afzender” op de envelop. Voor alle duidelijkheid schrijf ik er ook nog maar op: “schrap mij uit uw bestand.” Dan gaat de envelop weer terug naar de hulporganisatie. Toch jammer van die pen, want mijn naam stond er op. Ze zullen hem wel weggooien. Marketingtruc mislukt.

Han Jongeneel, 29 november 2019


 

 

In Christus heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn.

Ef 1:3-14

Beleidsplan 2019 – 2025

Met twee bijlagen:
bijlage 1. financiën, personeel en gebouwen
bijlage 2. verwerking van de opmerkingen van gemeenteleden op het concept beleidsplan
Lees verder >