OVERPEINZING

ds. Jaap Doolaard

De tijd gaat snel. Dat zeggen mensen vaak, vooral ook nu de bladeren van de bomen vallen en het jaar ten einde neigt. Je kunt er dus van uit gaan dat ze dat ook zo ervaren. Het geldt ook voor mijzelf. Al kan de herfst schitterend zijn……

Al kun je tijd niet zien, toch ontrolt zich voor mijn ogen een weg door de dagen en omkijkend zie ik wat ik korter of langer geleden heb meegemaakt. En vooruitkijkend tekent dat zich af waarvoor je plannen hebt gemaakt en waaraan je werkt en waarnaar je verlangens uitgaan.

Herman Andriessen (1927), pastoraal psycholoog, schreef een boek onder de titel ‘De tijd te vriend houden’ (Ten Have, 2009).
Het gaat over spiritualiteit bij het ouder worden. Het is zo’n boek waarover ik graag met een groep ouderen in gesprek zou gaan. Maar terwijl ik dit opschrijf, bedenk ik dat ik een paar jaar geleden een kring aanbood over een soortgelijk onderwerp en dat er nauwelijks belangstelling voor bestond in de gemeente. Misschien omdat oud(er) worden een bedreiging is en je in die levensfase al genoeg hebt aan wat de oude dag aan lasten met zich meebrengt. Om er dan ook nog eens over te gaan zitten praten……

Niemand houdt van de man met de tijd.
Maar iedereen houdt hem te vriend,
want men weet dat ieder uur telt
en de teller is hij.
(fragment van een gedicht van Rutger Kopland)

Spiritualiteit in welke vorm dan ook leidt mensen binnen in het geheim van hun kwetsbaarheid en vergankelijkheid, in het besef dat het einde bij het begin hoort en de dood bij het leven. Zij houdt in haar zinnebeelden aan mensen voor dat het leven zin heeft en de moeite waard is om doorleefd te worden. Het ‘labyrint’ is zo’n zinnebeeld.

De tijd doorleven betekent ook het weten dat de uitgang van het labyrint alleen te vinden is als je door het centrum gaat.Daar vind je de kracht om de weg tot het eind te gaan.
Het is een bevestiging van het werk van je hart en je handen (Ps. 90, 17) als we oud geworden dat perspectief aan een nieuwe generatie kunnen doorgeven (Ps. 123).

ds. Jaap Doolaard


Het labyrint van Chartres bezit aan de buitenrand 113 ‘tanden’. De ingang bevindt zich in het westen en omdat de christelijke kerk ook altijd een weg voorstelt, van de ingang in het westen tot het altaar, is dit dus een uitnodiging de doolhof te betreden. Deze bestaat uit elf concentrische rondingen, met 28 bochten en is 261,5 m lang. Het cijfer 11 betekent in de christelijke getallensymboliek zonde, onmatigheid, overdrijving. Het overschrijdt het volkomen getal 10, maar bereikt het eveneens volkomen getal 12 niet. ‘Elf is de zonde. Elf overschrijdt de Tien Geboden’.
Dit labyrint met elf gangen stelt daarom een zondige wereld voor, waarop echter wel het christelijke heilsteken is gedrukt: de keerpunten vormen samen een kruis. Het volgen van de weg door het labyrint, waarvoor concentratie en een meditatieve instelling nodig zijn, is een initiatieweg, een louteringsweg voor de ziel die een voorbereiding vormt op de ontmoeting met God. In het centrum van het labyrint huist volgens de mythe de Minotaurus, Satan volgens christelijke begrippen, die door Theseus (dat wil zeggen Christus) werd verslagen.

Jezus zegt: De Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven om velen te redden.

Mc 10:35-45

Wilt u met ons kennismaken?
U bent van harte welkom.