Anita Winter

COLUMN


Deze zomer zijn we op vakantie naar Griekenland geweest, heen en terug met de auto. Dat kost uiteraard heel wat meer tijd dan de drieënhalf uur die je kwijt bent om van Schiphol naar Eleftherios Venizelos – het vliegveld bij Athene – te vliegen, maar je ziet en ontdekt ook een heleboel meer. Dat er in Europa nog echte grensovergangen bestaan, waar je rustig zo’n twee uur in de brandende zon moet wachten, waar nog in je achterbak en zelfs in je koelbox gekeken wordt; dat je met Euro’s kunt betalen in landen die een andere munteenheid hebben – en dan ook Euro’s terugkrijgt; dat je in landen als Kroatië, Bosnië en Albanië beter met Engels terecht kunt (ook bij ouderen) dan in veel delen van Frankrijk.

Maar wat me het meest opviel is het verkeer in Albanië. Als je het land binnenrijdt, merk je al gauw dat mensen zich niet zo heel veel aan verkeersregels gelegen laten liggen. Zoals een van onze zoons opmerkte: ‘Snelheidsbeperkingen zijn hier niet meer dan een suggestie’.

Toen we om tien uur ’s avonds over een vierbaansweg Tirana binnen waren gereden, moesten we twee grote rotondes passeren. Vanuit ons busje konden we – over de auto’s voor ons heen – al van een afstandje de kluwen auto’s zien die op de rotonde reed: vijf rijen auto’s die zich voortdurend bewogen en door elkaar kronkelden. Met daartussendoor ook nog een enkele fietser. Ik vroeg me af hoe ik de auto ooit aan de andere kant van de rotonde moest krijgen. Maar eenmaal op de rotonde viel het allemaal erg mee. Iedereen lette op elkaar. Wie weer van de rotonde af wilde, stuurde zijn auto in de richting van de afslag daarbij voortdurend oplettend of medeweggebruikers dat in de gaten hadden. Niemand drukte z’n auto agressief voor die van een ander, er werd niet of nauwelijks getoeterd en voor ik het wist lagen beide rotondes achter me.

Vreemd genoeg zag ik hierin het verschil tussen het gebod van de wet en het gebod van de liefde verbeeld. Het verkeer in Nederland is gebaseerd op het gebod van de wet. Dat werkt een farizese houding in de hand: als ik voorrang heb, dan neem ik het, zonder me druk te maken over het overige verkeer. Ik heb de wet en dus het gelijk aan mijn kant – ook al heeft iedereen die in Nederland z’n rijbewijs heeft gehaald geleerd dat voorrang verlenen verplicht is, terwijl je niet het recht hebt voorrang te nemen. In Albanië lijken mensen zich minder druk te maken over hun recht, maar meer over de vraag hoe kom ik zo snel mogelijk zonder ongelukken te maken op mijn bestemming. De wet alleen is daarvoor niet voldoende, die houdt geen rekening met menselijke vergissingen en verkeerde inschattingen. Daarvoor moet je – letterlijk – (om)zien naar elkaar en bereid zijn een ander voor te laten gaan, ook als die eigenlijk geen voorrang heeft.

Anita Winter, 6 september 2019


Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop overvloedig zal zijn door de kracht van de heilige Geest.

Rom 15:7-13

Geef ruimhartig aan Kerkbalans!

Actie Kerkbalans 2019 is gestart.
Er gebeurt veel moois in de kerk. Waardevolle gesprekken, inspirerende diensten en uiteenlopende activiteiten. Lees verder >