Uitgelicht

 

Kerkelijk Bureau
Burgemeester Haspelslaan 129
1181 NC Amstelveen
telefoon 020 6413648

 

  • ZOMERCOLUMN

    Gert Jan de Bruin

     

    Nog even en de vakantie barst los in onze contreien. De scholen gaan op slot, op sommige winkeldeuren staat te lezen: wij zijn op vakantie van… Vakantie is een wonderlijk verschijnsel. Velen verlangen in de winter naar de warmte, naar de zon. Als de ...

  • OPMAAT NAAR ZONDAG

    ds. Sieb Lanser

     

    De meeste ouderen onder ons zullen die uitdrukking wel kennen: ‘Niet klagen, maar dragen en bidden om kracht’. Ik heb daar moeite mee. Niet met het ‘bidden om kracht’, daar is niets mis mee. Maar waarom zou je niet mogen klagen? Toegegeven, het ...

ZOMERCOLUMN

Gert Jan de Bruin

 

Nog even en de vakantie barst los in onze contreien. De scholen gaan op slot, op sommige winkeldeuren staat te lezen: wij zijn op vakantie van… Vakantie is een wonderlijk verschijnsel. Velen verlangen in de winter naar de warmte, naar de zon. Als de zon dan eindelijk schijnt en het prachtig weer in Amstelveen is, zijn ze niet thuis maar op vakantie gegaan. 

 

Thuis deden wij vroeger niet aan vakantie. Dat vond mijn moeder nergens voor nodig. We hadden een grote tuin, met een grote zandbak en een klein badje - dat was nog eens vakantie! Hoogstens gingen we een paar dagen naar tante Grietje. Die had een nog grotere tuin… tante ging ook nooit op vakantie. Ze wilde haar bloemen en planten niet in de steek laten. Toen ik een jaar of acht was, is het bij ons misgegaan. Dat kwam door oom Gijs. Mijn vader had een jongere broer.  We vonden hem een wat vreemde oom, hij ging ieder jaar op vakantie. Oom Gijs was in het bezit van een grote tent. Op een gegeven moment kocht hij een nieuwe tent. Dat had ons niets kunnen schelen maar het vervelende was dat mijn vader die oude tent voor een paar tientjes kon overnemen. Alle seinen stonden onmiddellijk op rood.

 

We gingen  twee weken naar een camping bij Castricum. Daar had je volgens mijn vader een heel mooi strand. Zelf woonden we in Scheveningen, niet iedereen begreep wat hij zag in het strand van Castricum. Sindsdien klonk in ons gezin regelmatig de gevleugelde uitdrukking: ‘Het zand bij de buren is altijd geler’.

Wij naar Castricum, met de oude tent van oom Gijs. Het kostte een half dag voordat de tent eindelijk stond. Wat een gedoe was dat met al die stokken en  haringen. En wat ook  vervelend was: de bedden moesten worden opgeblazen. Dat was thuis niet aan de orde, gelukkig. En mijn bed in de tent had de misselijke gewoonte om midden in de nacht leeg te lopen. Daar lag ik dan op de harde grond… Dat moet een mens blijkbaar leuk vinden, dat hoort tot de charme van het kamperen. Mijn moeder was niet echt een keukenprinses, ze kookte altijd eenvoudig. Wij kregen aardappels, groente en een heel klein stukje vlees op ons bord. Maar in de tent had ze maar één brandertje, een primus noemde ze dat pitje. Mijn keuken thuis is heel wat beter, zei ze steeds. We moesten er rekening mee houden dat ze de maaltijden wat simpel zou houden. Zo aten wij twee weken soep met brood.

 

De twee weken in Castricum zijn niet echt het hoogtepunt in mijn leven geworden. De laatste drie dagen regende het aan één stuk door. Alles was op het laatst nat. Wat waren we blij dat we na twee weken weer op huis aan gingen. M'n moeder had haar keuken terug, m'n vader z'n bureau en ik een bed dat niet leegliep. Volgens mij gaan veel mensen op reis om met meer plezier thuis te kunnen komen.

Mijn vader is de tent van oom Gijs trouwens weer terug gaan brengen. Hij was het eigenlijk wel met m'n moeder eens toen zij thuisgekomen concludeerde: ‘Dit was eens maar nooit meer!’

 

Ik wens u een goede tijd als u (kampeer)vakantie er aan komt en dat geldt niet minder voor als u thuis blijft.

 

Gert Jan de Bruin, 13 juli 2018

OPMAAT NAAR ZONDAG

ds. Sieb Lanser

 

De meeste ouderen onder ons zullen die uitdrukking wel kennen: ‘Niet klagen, maar dragen en bidden om kracht’. Ik heb daar moeite mee. Niet met het ‘bidden om kracht’, daar is niets mis mee. Maar waarom zou je niet mogen klagen? Toegegeven, het komt wel eens voor dat ik een gemeentelid wel achter het behang zou willen plakken vanwege eindeloze klaagzangen. Maar dat zegt vooral iets over mij en mijn onvermogen. Het laat onverlet dat mensen reden kunnen hebben om te klagen.

Neem nou Job. Alles is hij kwijtgeraakt, zijn gezondheid is aangetast. Wie zijn er voor hem?

Ik moest denken aan een bekend gedicht van Toon Hermans:

 

Je hebt iemand nodig

stil en oprecht

die als het erop aankomt

voor je bidt of voor je vecht.

Pas als je iemand hebt

die met je lacht en met je grient

dan pas kan je zeggen:

ik heb een vriend.

 

Job heeft drie vrienden, die oprecht met hem bewogen zijn. Ze zitten zeven dagen en nachten zwijgend bij hem op de grond. Wie brengt dat op? Het geeft Job de ruimte zijn klachten te uiten. Hadden ze daarna ook maar hun mond gehouden. Nu gaat het mis; ze menen God te moeten verdedigen, de overgeleverde leer in stelling te moeten brengen.

En Job klaagt. Tegen zijn vrienden, die hem in feite laten zitten. En bovenal tegen God, die hem ook laat zitten. Is zijn Vriend zijn vijand geworden? Waarom heeft God het op hem gemunt?

Het gaat er stevig aan toe in Jobs klachten. Gaat hij niet te ver? Kun je zo tegen God spreken?

 



 

God antwoordt Job

William Blake 1757 – 1827

aquarel (39 × 33 cm) — ca. 1804

National Gallery of Scotland, Edinburgh

 

Dit werk is gekoppeld aan Job 38:1

 

Nadat Job en zijn vriend Elihu uitgebreid hebben gediscussieerd over God en morele standaarden, komt het antwoord uit een wervelwind. Job moet zich niet zo druk maken, omdat hij toch niet de aard en reikwijdte van de schepping kan overzien. God eist daarmee volledige vrijheid op over zijn schepping.

 

De volledige titel is 'Job bekent zijn aanmatigingen aan God die antwoordt vanuit de wervelwind'. De gebruikte techniek is pen, inkt en waterverf over potlood op papier.

 

bron: Statenvertaling online - bijbel en kunst